| Aantekeningen |
- Ook Riek Baron, of Riek Bron.
IJsselmuiden ORA Bijzondere Aan Het Gericht Opgedragen Taken Jaren 1775 T/m 1795 Invnr 77. B
11 Februari 1788
Riek baron geeft aan dat hij als getrouwd zijnde met Neeltie Muls.... van Pieter Vrijmeer dat zijn vrouw erfuiting heeft gedaan aan de voorkinderen van Pieter Vrijmeer, van haar overleden vaders goed, dat zijn vrouw gegeven heeft aan Berendina Vrijmeer een somma van 104-4-0 en aan Johanna mede 104-4-0, dus zij en haar tegenwoordige man blijven in het volle bezit en eigendom van het huis, hof en weide gelegen in de Nieuwe Weg alwaar de Halve Maan uithangt, mits achtnemde de daarop liggende kapitalen, het welk hij voor zijn vrouw in zover aangeƫrft als na recht verplicht zal zijn daarvan de 50ste penning te moeten betalen, en dus dit akkoord getroffen den 29 Januari 1788
11 Februari 1788
De aangave van Riek baron her burgemeester B.F. Schultz geeft aan verkocht te hebben aan Hend. Brandhof en Johanna Ram echtlieden een hof gelegen in het Blekerswegje voor f 575-0-0.
ORA IJsselmuiden Vrijwillige Rechtspraak Jaren 1791 tm 1802 Invnr 20
F 300- Ik D.G. Escher ter dezer tijd scholtus van IJsselmuiden doe condt en certificere door deze dat voor mij en keurnoten als waren B.H. van der Wijk en J. van 't Oever, gecompareerd en verschenen zijn, Louw Lubberts van der Weerd en deszelfs huisvrouw Jacobjen Daniels Bek, illa tutore marito, dewelke verklaarde te hebben verkocht aan Riek Baron en deszelfs huisvrouw Dina van Marle, een hof en daarin staande getimmerte, gelegen in de jurisdictie des schoutampts IJsselmuiden in het wegje achter De Halve Maan, zijnde vrij van alle opleggende lasten en kapitalen, uitgaande renten of pachten.
Doende zij comparanten daarvan bij deze, in de beste en bestendigste forma rechtens cessie, transport en overdracht, de aankopers in de volle en actuele possessie en eigendom daarvan stellende 't welk zij daarop en aangehad hebben, onder cautie voorde evictie als erfkoops recht is.
Tot vestenis heb ik scholtus voornoemde, deze hiervan afgegeven en nevens de transportanten eigenhandig getekend en gezegeld.
Actum Kampen op vergunder aarde den 20 Maart 1798.
F 301- Ik D.G. Escher ter dezer tijd schout van IJsselmuiden doe condt en certificere door deze dat voor mij en keurnoten als waren B.H. van Wijk en J. van 't Oever, gecompareerd en verschenen zijn Izaak Abrahams en Gerrit van Marle, dewelke verklaarde dat nademaal Louw Lubberts van der Weerd en vrouw Jacobjen Daniels Beck, aan Riek Baron en Dina van Marle echtelieden, hadden verkocht een hof gelegen in de jurisdictie des schoutampts IJsselmuiden in het wegje achter De Halve Man, vor de somma van driehonderd en zeventig guldens, nu na te doen transport met meer konden ontvangen dan driehonderd guldens.
Dat zij comparanten zich derhalven zo te samen als ieder van hun in 't bijzonder bij handtasting in eedes plaats, en onder verband van hunne personen en goederen verbonden en inlieten als borgen ten principaale voor de nog steeds reterende, en onbetaalde penningen ad zeventig guldens, mits Louw Lubberts van der Weerd, verklaarde tot de betaling der zeventig guldens een uitstel van betaling te verlenen tot aan Pinksteren of den 27 Mei dit jaar 1798, waarop verschenen L.L. van der Weerd, dewelke verklaarde met bovenstaande borg wording geneogen te nemen en het verzochte uitstel te accorderen tot aan Pinksteren of den 27 Mei dit jaar 1798.
Tot vestenis heb ik schout voornoemd deze hiervan afgegeven en nevens de borgen eigenhandig getekend en gezegeld.
Actum Kampen op vergunder aarde den 20 Maart 1798
F 302- [Akte is doorgekrast] Ik D.G. Escher ter dezer tijd scholtus van IJsselmuiden doe condt en certificere door deze dat voor mij en keurnoten als waren B.H. van der Wijk en J. van 't Oever, gecompareerd en verschenen zijn, Riek Baron en deszelfs huisvrouw Dina van Marle illa tutore marito, dewelke verklaarde wegens opgenomen en bij hun ter leen ontvangen penningen, oprecht en deugdelijk schuldig te zijn aan Gerrit Berends en deszelfs huisvrouw Geertjen Teunis van Dijk, eene kapitale sommagroot tweehonderd en vijftig Caroli guldens zegge F 250-, belovende dezelve te zullen verrenten met vijf gelijke guldens van het honderd jaarlijks en alle jaren tot de volle en effectieve restitutie van dien toe, welke zal kunnen en moeten geschieden wanneer de opzage een vierde jaars van de verschijndag, die voor de eerste maal vallen zal op den 20 Maart des aanstaandes jaar 1799, van de eene of andere kant zal zijn geschied, en voor welk kapitaal en renten van dien zij comparanten boven en behalve een generaal verband van hunnen personen en goederen, ten speciale onderpand stellende hunne eigendommelijk hof gelegen in de jurisdictie des schoutampts IJsselmuiden in het wegje achter De Halve Maan, zijnde vrij en onbezwaard van alle opleggende kapitalen en uitgaande renten of pachten, zo en in dier voegen als aan hun op heden is getransporteerd geworden, ten einde renteheffers hieraan in kas van onverhoopte wanbetaling zo van kapitaal als intrest het hunne kost en schadeloos zullen kunnen en mogen verhalen. Renuncierende overzulks zij comparanten de exceptie van niet getelde gelede en alle andere deze enigszins contrarierende. In waarheids oorkonde heb ik scholtus voornoemd deze hiervan afgegeven en nevens de comparanten eigenhandig getekend en gezegeld.
Actum Kampen op vergunder aarde den 20 Maart 1798.
Kantlijn: IJsselmuiden den 12 Augustus 1803 Compareerde in deze gerichte Albert Koetsier en Frosina Felix echtelieden, illa tutore marito, welke verklaarde nevenstaande hypotheek voor haare eigen schuld aan en opzich te nemen, in fidem, D.G. Escher,schout.
Kantlijn: Eodem Coram iisdem Compareerde Frans Diks en Maria Calter ehelieden illa tutore marito, welke verklaarde door aankopers gemelde hof, nevenstaande schuldbrief, voor hunne rekening aan en op zich te nemen, alles breeder in het transpot hujusdiei te vinden, in fidem, D.G. Escher, schout.
Kantlijn: Op verzoek geroyeerd den 11 Juni 1805, in fidem, D.G. Escher, schout.
ORA IJsselmuiden bijzondere aan het gericht opgedragen taken jaren 1795 tot 1806 invnr 78
6 Oktober 1797
Louw van der Weerd geeft aan in het midden der gepasseerde maand verkocht te hebben aan Rijk Baron, een hof gelegen alhier in IJsselmuiden achter de Halve Maan, voor eene somma F 370
22 December 1801
Geeft aan Frans Dikx, dat op heden voor veertien dagen voor hem door Mr. R. Tulleken publiek bij executie gekocht is, het huis De Halve Maan of van oudts Vredenburg genaamd, en dat voor een somma van F 1010- Hebbende toebehoort aan Rijk Baron.
24 December 1801
Geeft Albert Koetsier bij executie publiek heden voor 16 dagen gekocht te hebben, een hof gelegen achter de Halve Maan, toe behoort hebbende aan Rijk Baron, voor F 225-
Bron: inv. nr. 21:
registers van vrijwillige zaken, transporten en hypotheken van het schoutambt IJsselmuiden, 15 december 1802 tot 5 mei 1810.
fol.7
D.G.Escher verklaart in opdracht van vrouwe A.C.W.R. van Voerst, weduwe A.L. van Plettenberg, als begroeid verwin bekomen hebbende op de goederen van Rijk Baron en Dina van Marle, echtelieden, welke op 8 december 1801 gerichtelijk verkocht is, een huis, schuur, kolfbaan en het wegje tot de Baan en het daarop staande houtgewas tot aan de tweede bocht van het huis gerekend, met het recht van uitweg naar de Baan, genaamd de Halve Maan, of vanouds Vredenburg. Staande en gelegen aan de Nieuwe weg noordzijde onder IJsselmuiden.
De kopers zijn geworden Frans Dikx en Maria Kalter, echtelieden, voor een somma van 1010 gulden.
Keurnoten G. van der Kolk en G. Struik. Actum IJsselmuiden den 7 maart 1803.
fol.24
Albert Coetzier en F. Felix, echtelieden, verklaren dat zij ingevolge gerichtelijke executoriaale verkoping van 8 december 1801 kopers zijn geworden van een hofje met daarin staande getimmerde, toebehoord hebbende aan Riek Baron en Everdina van Marle, echtelieden, gelegen onder IJsselmuiden aan het wegje achter de Halve Maan tegenover het huisje van Jan Horstman.
Kopers verklaren de op de hof liggende hypotheek (de dato 20 maart 1798) van 250 gulden ten behoeve van Gerrit Berents en Geertje Teunis als wettige schuld over te nemen.
Keurnoten L.H. de Jong en L. Schimmekes. Actum IJsselmuiden den 12 augustus 1803.
|